|
Cassatieprocedure |
Schuiven Vorige Startpagina Volgende Meer |
De verjaring van de strafvordering is geschorst tijdens de cassatieprocedure.
Door een ontvankelijk cassatieberoep wordt de verjaring van de strafvordering geschorst vanaf de dag van de bestreden beslissing tot en met de dag waarop het vonnis of arrest door het Hof van Cassatie wordt vernietigd (Cass., 24 oktober 1989, AR 3106, Arr. Cass., 1989-90, 263).
Een in laatste aanleg op tegenspraak gevelde beslissing maakt immers een einde aan de strafvordering zodat de verjaring niet meer loopt. Door cassatie met verwijzing herleeft de strafvordering en loopt de verjaring verder. In tussentijd was er schorsing die een einde neemt de dag waarop de bestreden uitspraak wordt verbroken met verwijzing (zie R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 273 p. 156).
Vooreerst wordt berekend wanneer de verjaring van de strafvordering, eventueel na stuiting, theoretisch bereikt zou zijn mocht er geen schorsing van die verjaring tussengekomen zijn.
|
De verjaringstermijnen worden gerekend van maand tot maand en van jaar tot jaar (volgens de gregoriaanse kalender), nochtans van de zoveelste tot daags vóór de zoveelste.
Er moet rekening worden gehouden met de regel van art. 23 V.T.Sv. waarbij de dag waarop het misdrijf is gepleegd, alsook de dag waarop de daad van stuiting heeft plaatsgehad (dies a quo) in de termijn zijn begrepen en de dies ad quem ook in de termijn wordt meegerekend.
Bv. is een overtreding, gepleegd op 2 maart 2011, behoudens stuiting, verjaard op 1 september 2011, om middernacht.
Als voor een verkeersovertreding de laatste stuitingsdaad bv. werd verricht op 20 september 1993, is de verjaring, behoudens schorsing, bereikt op 19 september 1994 om middernacht en was het misdrijf verjaard toen het arrest op 20 september 1994 werd uitgesproken (Cass., 7 maart 1995, AR P.94.1289.N, Arr. Cass., 1995, 284).
Om geldig te zijn moet een stuitingsdaad gesteld zijn binnen de oorspronkelijke termijn, dus de wettelijke termijn die begint te lopen vanaf de dag van het misdrijf.
Vervolgens berekent men de duur (aantal dagen) van de schorsing: vanaf de dag van het bestreden vonnis of arrest tot en met de dag waarop dat vonnis of arrest door het Hof van Cassatie wordt vernietigd met verwijzing.
Tenslotte telt men de schorsingsduur bij de dag van het hierboven vermelde tijdstip van de theoretische verjaring om aldus te komen tot de werkelijke datum van verjaring.
Die methode is nu precies gebezigd in het betreffende gereedschap.
Zie ook: Aantal dagen optellen bij op aftrekken van een datum, meer bepaald het nauwkeurig uitgewerkte voorbeeld in geval van schorsing van de verjaring tijdens de cassatieprocedure

Schorsing verjaring - cassatieprocedure - gebruikersformulier
Voor het bovenstaande voorbeeld werden de volgende gegevens gebruikt:
•Feiten gepleegd op: 23 op 24/03/1992 (schending art. 88, 3° Veldw.)
•Verjaringstermijn: 6 maanden (politiestraffen - art. 21 Voorafgaande Titel Sv.)
•Stuiting verjaring: 10/9/1992 (betekening dagvaarding)
•Vonnis Pol. Izegem: 20/10/1992
•Vonnis Corr. Kortrijk (graad van beroep): 11/12/1992
•Cassatievoorziening: 23/12/1992
•Cassatiearrest (vernietiging met verwijzing): 21/06/1994
•Vonnis Corr. Ieper (na cassatie): 04/09/1994
Klik op de knop Berekenen om het resultaat weer te geven.

Dus:
•Theoretische datum verjaring: 10/9/1992 + 6 maanden = 09/3/1993 (middernacht)
•Schorsingsduur: 11/12/1992 t/m 21/6/1994 = 558 dagen
•Werkelijke datum van verjaring: 9/03/1993 (24 uur) + 558 dagen = 18/9/1994 (24 uur).
•Conclusie: feiten niet verjaard op datum 4/09/1994 (vonnis Corr. Ieper).
1)Om het tijdstip van de theoretische verjaring nauwkeurig te kunnen berekenen (zie supra onder nr. 2.1), moeten volgende gegevens worden opgegeven:
•of de verjaringstermijn in maanden ofwel in jaren wordt uitgedrukt (bv. voor overtredingen: maanden): klikken op keuzerondje;
•de duur van die verjaringstermijn (bv. voor overtredingen: 6);
•de datum van de aanvang van de verjaringstermijn of de datum van de laatste regelmatige stuitingsdaad.
De verjaring begint te lopen (onder meer):
•voor aflopende misdrijven ogenblikkelijk na het plegen van het feit;
•als een misdrijf bestaat in het veroorzaken van een gevolg: de dag waarop het gevolg intreedt (bv. onopzettelijk doden vanaf overlijden);
•voor sommige zedendelicten: de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van 18 jaar bereikt;
•voor voortdurende misdrijven: als de delictuele toestand ophoudt;
•voor gewoontemisdrijven: vanaf het laatste feit (tussen de verschillende feiten mag geen tijd verlopen zijn gelijk aan de verjaringstermijn eventueel verlengd door stuiting of schorsing);
•voor een voortgezet misdrijf: vanaf het laatste bewezen verklaarde feit (tussen de verschillende feiten mag geen tijd verlopen zijn gelijk aan de op het vorige feit toepasselijke verjaringstermijn, eventueel verlengd door stuiting of schorsing).
2)U vermeldt de datum van het bestreden vonnis of arrest in het desbetreffende tekstvakje. Die datum is de aanvang van de schorsingstermijn (zie ook supra onder 1. Principe).
3)Tenslotte geeft u de datum op van het cassatiearrest dat het bestreden vonnis heeft gecasseerd met verwijzing. Dit is het eindpunt van de schorsingstermijn ((zie ook supra onder 1. Principe).
❖Wanneer de voornoemde keuze is gemaakt (maanden of jaren) en de vier tekstvakjes volledig zijn ingevuld, klikt u op de knop "Berekenen". Hiermee worden de gegevens toegevoegd aan het werkblad en het resultaat berekend.
❖Met de knop "Formulier legen" worden de datums op het gebruikersformulier gewist..