|
Buitengewone termijn van verzet |
Schuiven Vorige Startpagina Volgende Meer |
De verjaring van de strafvordering is geschorst gedurende de buitengewone verzettermijn.
Wanneer de betekening van een bij verstek gewezen beslissing niet aan de persoon van de beklaagde is gebeurd, is de verjaring van de strafvordering geschorst vanaf de dag na het verstrijken van de gewone verzettermijn tot en met de dag vóór het aantekenen van het naderhand ontvankelijk verklaarde verzet (Cass., 24 mei 1995, AR P.94.80.N, Arr. Cass., 1995, 512).
Immers, in dat geval wordt de verjaringstermijn van de strafvordering, na het verstrijken van de gewone termijn van verzet, vervangen door de verjaringstermijn van de straf en begint de verjaringstermijn van de strafvordering pas opnieuw te lopen vanaf de dag waarop tegen het verstekvonnis een naderhand ontvankelijk verklaard verzet is gedaan.
De schorsing begint dus te lopen vanaf de dag na de gewone verzettermijn en eindigt de dag vóór het aantekenen van het verzet.
Vooreerst wordt berekend wanneer de verjaring van de strafvordering, eventueel na stuiting, theoretisch bereikt zou zijn mocht er geen schorsing van die verjaring tussengekomen zijn.
|
De verjaringstermijnen worden gerekend van maand tot maand en van jaar tot jaar (volgens de gregoriaanse kalender), nochtans van de zoveelste tot daags vóór de zoveelste.
Er moet rekening worden gehouden met de regel van art. 23 V.T.Sv. waarbij de dag waarop het misdrijf is gepleegd, alsook de dag waarop de daad van stuiting heeft plaatsgehad (dies a quo) in de termijn zijn begrepen en de dies ad quem ook in de termijn wordt meegerekend.
Bv. is een overtreding, gepleegd op 2 maart 2011, behoudens stuiting, verjaard op 1 september 2011, om middernacht.
Als voor een verkeersovertreding de laatste stuitingsdaad bv. werd verricht op 20 september 1993, is de verjaring, behoudens schorsing, bereikt op 19 september 1994 om middernacht en was het misdrijf verjaard toen het arrest op 20 september 1994 werd uitgesproken (Cass., 7 maart 1995, AR P.94.1289.N, Arr. Cass., 1995, 284).
Om geldig te zijn moet een stuitingsdaad gesteld zijn binnen de oorspronkelijke termijn, dus de wettelijke termijn die begint te lopen vanaf de dag van het misdrijf.
Vervolgens berekent men de duur (aantal dagen) van de schorsing: vanaf de dag na het verstrijken van de gewone verzettermijn (zestiende dag om nul uur na de regelmatige betekening van het verstekvonnis) tot en met de dag vóór die van aantekening van het ontvankelijk verklaarde verzet.
Tenslotte telt men de schorsingsduur bij de dag van het hierboven vermelde tijdstip van de theoretische verjaring om aldus te komen tot de werkelijke datum van verjaring.
Die methode is nu precies gebezigd in het betreffende gereedschap.
Zie ook: Aantal dagen optellen bij op aftrekken van een datum, meer bepaald het nauwkeurig uitgewerkte voorbeeld in geval van schorsing van de verjaring tijdens de cassatieprocedure.
Voor het onderstaande voorbeeld werden de volgende gegevens gebruikt:
•de verkeersovertreding is begaan op 22 maart 2007.
•de laatste regelmatige stuiting van de verjaring: bevel tot dagvaarding voor de politierechtbank op 4 maart 2008.
•verstekvonnis betekend aan de politie op 22 juli 2008.
•de gewone termijn voor verzet verstreek op 6 augustus 2008 om middernacht.
•het verzet werd aangetekend op 8 oktober 2008.

Schorsing verjaring - buitengewone verzettermijn - gebruikersformulier
Klik op de knop Berekenen om het resultaat weer te geven.

1)Om het tijdstip van de theoretische verjaring nauwkeurig te kunnen berekenen (zie supra onder nr. 2.1), moeten volgende gegevens worden opgegeven:
•of de verjaringstermijn in maanden dan wel in jaren wordt uitgedrukt (bv. voor overtredingen: maanden): klikken op keuzerondje;
•de duur van die verjaringstermijn (bv. voor overtredingen: 6);
•de datum van de aanvang van de verjaringstermijn of de datum van de laatste regelmatige stuitingsdaad.
De verjaring begint te lopen (onder meer):
•voor aflopende misdrijven ogenblikkelijk na het plegen van het feit;
•als een misdrijf bestaat in het veroorzaken van een gevolg: de dag waarop het gevolg intreedt (bv. onopzettelijk doden vanaf overlijden);
•voor sommige zedendelicten: de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van 18 jaar bereikt;
•voor voortdurende misdrijven: als de delictuele toestand ophoudt;
•voor gewoontemisdrijven: vanaf het laatste feit (tussen de verschillende feiten mag geen tijd verlopen zijn gelijk aan de verjaringstermijn eventueel verlengd door stuiting of schorsing);
•voor een voortgezet misdrijf: vanaf het laatste bewezen verklaarde feit (tussen de verschillende feiten mag geen tijd verlopen zijn gelijk aan de op het vorige feit toepasselijke verjaringstermijn, eventueel verlengd door stuiting of schorsing).
2)U vermeldt de datum van de regelmatige betekening van het verstekvonnis in het desbetreffende tekstvakje. Op grond van die datum zal het tijdstip van verstrijken van de gewone verzettermijn en vooral de aanvang van de schorsingstermijn (één dag later) worden berekend (zie ook supra onder nr. 1 Principe).
3)Tenslotte geeft u de datum op waarop de opposant het - naderhand ontvankelijk verklaarde - verzet heeft aangetekend. Dit is nodig voor het berekenen van het eindpunt van de schorsingstermijn (één dag vóór het aantekenen van het verzet - (zie ook supra onder nr. 1 Principe).
❖Wanneer de voornoemde keuze is gemaakt (maanden of jaren) en de vier tekstvakjes volledig zijn ingevuld, klikt u op de knop "Berekenen". Hiermee worden de gegevens toegevoegd aan het werkblad en het resultaat berekend.
❖Met de knop "Formulier legen" worden de datums op het gebruikersformulier gewist.
Het gereedschap stelt u in staat een eenvoudige berekening uit te voeren in het geval van slechts één schorsingstermijn.
Er zijn nochtans ingewikkelder gevallen waar meer dan één schorsingstermijn voorkomt (zie het geval voorwerp van het Cassatiearrest van 24 mei 1995 hierboven vermeld (Arr. Cass., 1995, 512; J.T., 1995, 718; Verkeersrecht, 1995, 323).
In zo'n geval is het geraden alles handmatig te berekenen, zoals uiteengezet in het onderwerp Aantal dagen optellen bij op aftrekken van een datum, meer bepaald in het nauwkeurig uitgewerkte voorbeeld in geval van schorsing van de verjaring tijdens de cassatieprocedure.